op de breuklijn

waar realiteit en onzin elkaar ontmoeten

4 februari 2015
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Discriminatie

4 februari 2015
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

Een man met drie hoofden stapt een café binnen en bestelt een pint. Het meisje achter de toog kijkt hem enigszins beledigd aan. 
'Het spijt me,' zegt ze zonder enig spoor van de gearticuleerde emotie in haar stem, 'maar we bedienen geen mannen met drie hoofden.'
Rutger, het hoofd met de groezelige grijze baard en de borstelige wenkbrauwen, zegt dat dit discriminatie is. De andere hoofden mompelen instemmend terwijl ze griezelig synchroon knikken.
'Dat klopt,' zegt het meisje met een glimlach. Ze wijst naar de deur. De versleten handdoek waarmee ze glazen stond af te drogen, wappert als een feestelijk vaandel dat haar gezwollen trots de gepaste luister wil bijzetten. 
'Zouden jullie dus zo vriendelijk willen zijn het etablissement zo snel mogelijk te verlaten? De mensen proberen hier te drinken.' In het café klinkt een goedkeurend geroezemoes, hier en daar wordt gelachen. Een forse dame met twee neuzen en een venijnig gezicht klapt zelfs in de handen. 
De man laat zijn hoofden niet hangen maar haalt een gelamineerd pasje uit de binnenzak van zijn zware, lederen mantel. 
'Zou ik alstublieft uw discriminatievergunning kunnen inzien mevrouw?' vraagt Vinny, het kale hoofd met de buitenissige snor. Hij is namelijk bij de politie. 
Het meisje zucht en rolt met haar ogen. Ze werpt de natte handdoek in de gootsteen en stapt met ostentatief luie passen tot bij de kassa, waaruit ze, zonder zich te haasten, een document opvist. 'Hier.' Ze houdt het papier vast bij een hoekje, alsof het een stinkende luier is waar ze zo snel mogelijk vanaf wil. 'Nog iets?'
Vinny neemt het document aan en glimlacht beleefd. 'Dankuwel.' 
Terwijl hij aandachtig de inhoud bestudeert, laten de ogen van het meisje hem geen moment los. Ze staat gespannen met de handen op de heupen en tikt een nerveus ritme met haar voet. Haar ogen schieten vuur.
'Alles lijkt in orde te zijn,' zegt Vinny en geeft de vergunning terug. De drie hoofden knikken verontschuldigend. 
'Bedankt voor uw tijd,' zegt Rutger.
'Onze excuses voor het ongemak,' zegt Arnoud, het hoofd zonder opvallende uiterlijke kenmerken. 
Het meisje grist het papier uit hun handen en snuift minachtend. Ze trekt haar neus op en steekt haar kin triomfantelijk vooruit. 
'Als dat alles is heren, daar is de deur.' Deze keer barst het hele café uit in applaus. Het meisje geniet zichtbaar van de ovatie. 
Zonder iets te zeggen draait de man met de drie hoofden zich om en begint hij in de richting van de deur te stappen. Plots blijft hij staan. De hoofden overleggen fluisterend en gejaagd. Na een korte aarzeling keert de man op zijn schreden terug. 
'Wat nu weer?' Het meisje is rood aangelopen en houdt de handdoek als een slappe degen voor zich uit. Op Vinny's gelaat rust een gemoedelijke glimlach. 'Mevrouw,' begint hij met zijn zoetste stem, 'de man die zich daar zo onbeholpen achter die verlepte azalea's probeert te verschuilen, heeft een slurf.'
'En dan?' Haar stem is nog niets van de trots en de hostiliteit verloren maar in haar ogen kun je zien dat er iets veranderd is. Onder de toog, onzichtbaar voor de klanten, wringt ze zo hard in de handdoek dat haar vuisten er wit van kleuren.
'Als ik me niet vergis mevrouw,' Vinny steekt zijn wijsvinger omhoog alsof hij net een goede inval heeft gehad. Hij pauzeert een moment om de dramatiek een beetje op te voeren. De hoofden genieten onverholen van het spektakel. 'Als ik me niet vergis, laat uw vergunning het niet toe om mannen met slurven níet te discrimineren.'
Intussen is alle kleur verdwenen uit het gezicht van het meisje. Ze slaakt een diepe zucht en haalt haar schouders op. 
'Maar hij is mijn man. Ik kan hem toch niet verbieden hier te komen.' Naar achteren roept ze: 'Ziet ge het nu Willy. Ik heb het u nog zo gezegd.' In haar ogen verschijnen de eerste tranen. De handdoek valt hulpeloos op de grond. 
'Kom, kom mevrouwtje.' Vinny's toon is bedaard en meelevend.
'Kom, kom,' echoën de andere hoofden. 
De rest van het café is stil geworden, iedereen gaapt ontsteld naar het tafereel bij de toog. De gezichten van het cliënteel zijn getekend door ongeloof en een zekere afschuw zelfs. Toch wil niemand een seconde van het schouwspel missen.
'Het spijt me zeer mevrouw.' Vinny geeft het meisje een bemoedigende schouderklop. Hij heeft zijn mantel opengeslagen en neemt de handboeien uit het zwartlederen tasje dat om zijn riem zit. 
'De wet is nu eenmaal de wet, en die is gelijk voor iedereen.' 

10 december 2014
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Sprookjes

10 december 2014
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

In de kamer is het donker en stil. Je schrikt op van het geluid van de bel. Hoewel je er geen zin in hebt, spring je uit de zetel en loop je naar de deur. Buiten staat een man in een bruin uniform. Op zijn hoofd heeft hij een belachelijk klein petje met hetzelfde logo als op zijn hemd. Hij draagt een grote werkkoffer. Wanneer hij je ziet, deinst hij een beetje terug maar hij herpakt zich snel.
'Meneer Verhelst?' vraagt hij.
Je knikt.
'U bent een kikker?'
Je haalt je schouders op. 'En dan? Heb je iets tegen kikkers misschien?'
De man schudt verontschuldigend zijn hoofd. ' Nee helemaal niet, meneer Verhelst. Ik had het gewoon niet verwacht.'
Je gromt en knippert met je grote kikkerogen. 'Wat moet je?'
'Het spijt me zeer meneer Verhelst, maar ik vrees dat ik de boel moet afsluiten.'
Omdat je al maanden geen rekeningen hebt betaald, weet je niet meteen welke dienst de man precies bedoelt. Zwijgend staar je hem aan.
'De telefoon, internet, televisie - alles gaat uit.' 
Je slaakt een zucht. 'Vooruit dan maar. Kom erin.'
Je toont hem waar hij de aansluitingen kan vinden, en hij gaat meteen aan het werk. 'Het is een triestige job meneer,' zegt de man. Hij kijkt op van zijn werk, alsof hij een antwoord verwacht.
'Ik ben een kikker,' zeg je.
'Juist ja.'
'Kikkers betalen geen rekeningen.'
De man lijkt hier even over na te denken. 'Juist. Kikkers betalen geen rekeningen. Mag ik u wat vragen meneer?'
Je haalt je schouders op en kwaakt.
'Bent u altijd al kikker geweest?'
'Wat denk je zelf? Natuurlijk ben ik altijd al kikker geweest.'
'Juist. Ik dacht gewoon. Je leest soms van die dingen.'
'Sprookjes. Dat zijn sprookjes meneer. Dit,' je pauzeert even en laat je blik door de kamer glijden, 'is geen sprookje. Moest ik een prins zijn, dan zou ik de rekeningen betalen, meneer.'
'Een prins. Juist. Maar u bent geen...'
'Geen prins. Een kikker.'
'En kikkers betalen geen rekeningen.'
Je knikt en zegt niets meer. De man maakt zwijgend zijn werk af. Wanneer hij klaar is, verzegelt hij de kast waar de aansluitingen zitten. Nadat je de man hebt uitgelaten ga je terug in de zetel zitten. In de kamer is het donker en stil.
 

12 augustus 2014
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Feest van het licht

12 augustus 2014
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

Ik moet hier weg. Ik moet terug. Alles rechtzetten. Het is lastig om overeind te blijven op de natte kasseien van het plein. Gin & Tonic op kantoor. Het jaar vredevol afsluiten. Belachelijk. Ik ken een café waar ze een drug verkopen waarvan gezegd wordt dat je ermee door de tijd kan reizen. Dat is de oplossing. [Meer]

29 januari 2014
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Van god los

29 januari 2014
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

‘“Ben even weg.” God’s beroemde laatste woorden zoals u ze drie dagen geleden live kon horen op deze zender. Waar is god intussen? Niemand weet het. Vandaag bij ons in de studio zit Monseigneur de Paepe...’
Dirk draait de volumeknop naar beneden en kijkt naar Conny, die diep in de passagierszetel is weggezakt. Ze staart door het raampje naar het voorbijrazende landschap. 
‘Wat denk je? Komt hij nog terug?’
Conny kijkt Dirk met slaperige ogen aan. ‘Wat? Wie?’
‘Op de radio schatje. Heb je het niet gehoord? God.’
‘Oh ja. Radio. God.’ Conny haalt de schouders op en gaat rechtop zitten. ‘Ik weet het niet. Die gast is waarschijnlijk al dood.’
Dirk schakelt en draait af naar links. Voor hen ligt enkel nog het open veld. Dirk kijkt Conny geërgerd aan. ‘Schat, zeg zoiets niet.’
‘Och, wat maakt het uit. Wat heeft hij de laatste tijd nog voor jou gedaan?’ Conny haalt haar handtas boven en begint verwoed door de inhoud te woelen. Dirk haalt zijn schouders op en tuurt een ogenblik woordeloos over het eindeloze wegdek dat zich voor de auto uitstrekt. 
‘Ik weet het niet. Ik vond zijn show wel goed.’
‘Wat? Op de radio?’ Conny haalt een pakje van zilverpapier uit haar handtas. ‘Dat oubollige geleuter? Doe toch normaal.’
Dirk bromt iets onverstaanbaars en schakelt. Hij drukt het gaspedaal in en de motor beantwoordt zijn aansporing met ronkend genoegen. Conny glimlacht en opent het pakketje op haar schoot. ‘Ook een boterhammetje schat?’
Dirk steekt zijn hand uit zonder zijn ogen van de weg te halen. Hij neemt een hap en legt zijn hand met de resterende boterham terug op het stuur.
‘Lekker,’ Dirk slikt de boterham door, ‘kaas.’
Conny lacht zachtjes en legt haar hand op Dirk’s knie. Ze wisselen kort een blik en kijken vervolgens terug voor zich uit. Op de radio klinkt heel stilletjes het deuntje van een populair nummer.
‘Denk je dat het iets wil zeggen?’ vraagt Dirk.
‘Volgens mij was hij het gewoon beu. Na al die jaren.’ Conny haalt de schouders op en fluit toonloos tussen haar tanden. Ze trekt haar knieën op en omarmt haar blote onderbenen.
‘Misschien heb je gelijk,’ Dirk wijst naar een wegwijzer en Conny knikt, ‘het moet zwaar zijn, zo’n leven in de showbizz.’
‘Niet zo zwaar als een leven met jou.’ Conny knipoogt en ze lachen allebei.
‘Toch. Het is raar. Zomaar verdwijnen. Misschien is hem iets overkomen.’
‘Misschien had hij wel banden met de maffia en ligt hij nu met betonnen schoenen ergens op de bodem van de zee.’
Dirk grinnikt en kijkt met geveinsde boosheid naar Conny.
‘Wat als hij niet terug komt?’ Dirk neemt gas terug en slaat rechts af. Ze rijden over een aardeweg gevolgd door een grote stofwolk. ‘Wat moeten al zijn fans dan aanvangen?’
‘Dat is een goeie vraag.’ Conny gaat rechtop zitten en controleert haar make-up in het spiegeltje van de zonneklep. ‘Wat moet de mensheid als god voorgoed van de aardbol verdwijnt?’ Conny haalt de schouders op en kijkt naar Dirk. ‘Gewoon. Geloven dat hij er is? Ergens.’
Dirk fronst de wenkbrauwen. ‘Ik weet het niet. Dat is toch absurd. Niemand zou er voor gaan.’
Conny haalt nogmaals de schouders op. ‘Nee, vast niet.’ Ze wijst naar een bouwvallig huisje verder langs de weg. ‘Daar is het.’
Dirk knikt zonder iets te zeggen. Conny kijkt achterom naar de achterbank. ‘We hebben toch alles bij?’
‘Natuurlijk schat, maak je geen zorgen.’
‘Een wereld zonder god,’ Conny knikt en kijkt peinzend voor zich uit, ‘het is in ieder geval moeilijk voor te stellen.’
Dirk kijkt Conny indringend aan. ‘Een wereld zonder god,’ hij pauzeert een moment en tovert een schalkse jongensachtige grijns op zijn gezicht, ‘dat betekent een wereld zonder zonde.’ Dirk’s wenkbrauwen schieten tweemaal kort de hoogte in. Conny glimlacht en kreunt zachtjes. Een minuut lang schateren ze van het lachen. Dirk gaat op de rem staan en brengt de wagen tot stilstand. Ze staan voor de bouwval die Conny eerder aanwees. Naast het huis staat een grote zwarte wagen.
‘Ze zijn er al.’ Dirk kijkt naar Conny en strijkt met de achterkant van zijn grote ruwe hand langs haar wang. Hij neemt haar hoofd zachtjes vast en laat haar korte zwarte haren tussen zijn vingers glijden. ‘Zullen we?’
Conny kijkt met grote glanzende ogen naar Dirk en bijt op haar onderlip. Ze knikt. Dirk leunt naar haar toe en kust haar vochtige lippen. Het koppel stapt uit. Buiten dwingt het felle zonlicht hen een moment de ogen dicht te knijpen. Dirk stapt naar de achterzijde van de wagen en opent het portier. Op de achterbank staat een grote zwarte sporttas. Met een zwaai zet Dirk de tas op het dak van de auto. Conny zwijgt en kijkt hem aan. Haar handen beven. Dirk opent de tas met een ruk. Boven op een stapel bankbiljetten liggen twee automatische pistolen. Dirk schuift een van de wapens over het dak naar Conny, die het lompe ding onhandig opvangt. Het andere pistool steekt Dirk onder zijn broeksriem. Conny komt naast hem staan en fluistert: ‘Nu of nooit.’
‘Nu of nooit,’ zegt Dirk en grijpt de zak bij de handvaten. Zij aan zij stappen Dirk en Conny in de richting van het huis. Het wordt stil wanneer ze door de voordeur verdwijnen. Een verdwaalde duif zit bij de weg en pikt naar de grond. Naast het huis ruist de wind zacht door het schaarse bladerdek van de onverzorgde fruitbomen. In het lange gras klinkt het tjirpen van een geile mannetjeskrekel. Drie luide knallen in het huis doen de duif opschrikken. Een moment later zwaait de deur open en stapt Conny naar buiten. Op haar hoog opgeheven hoofd draagt ze een brede lach, in haar hand een zwarte sporttas. Conny werpt de tas op de achterbank en start de wagen. Op de radio klinkt de stem van een nieuwslezer. ‘Het lichaam van god werd deze ochtend teruggevonden op het strand van Oostende. De politie tast momenteel in het duister omtrent de precieze doodsoorzaak. Er wordt vermoed dat...’
Conny draait aan de knoppen van de radio tot er luide rockmuziek door de luidsprekers knalt. Ze stampt op het gaspedaal en rijdt weg met knarsende banden.
 
 

13 december 2013
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Kurk

13 december 2013
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

Paulo zit op een verlaten bankje aan de kade. In zijn rechterhand houdt hij een fles wijn waar de kurk in ronddrijft. Jij zit links van hem en streelt zijn vrije hand. Paulo’s donkere ogen zijn gefixeerd op de plaats waar de zee verdwijnt achter de horizon. De wind fluit een sinistere serenade op de hals van de fles. Je kijkt Paulo aan en laat je vingers door zijn grijze krullen glijden.
‘Op een dag gaan we terug schat.’ 
Paulo zegt niets en drinkt. Hij kijkt je aan met grote vochtige ogen en je weet dat hij je niet gelooft. 

10 december 2013
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Roken

10 december 2013
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

Een man staat op het perron en doorzoekt zijn zakken. Hij kan zijn sigaretten niet vinden. Vlakbij staat een meisje met donkere oogschaduw en een piercing door haar lip. Ze rookt.
‘Excuseer juffrouw, kan u soms een sigaretje missen?’
‘Het is mijn laatste.’
‘Vuile kuthoer!’
Het meisje kijkt vertederd naar de man.
‘Dat is lief. Zo noemde papa me ook altijd.’ Het meisje rommelt even in haar zakken en biedt de man alsnog een sigaret aan. Met de sigaret tussen zijn lippen en zijn aansteker in de hand staat de man vertwijfeld voor zich uit te staren.

18 november 2013
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Zwemmen

18 november 2013
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

Jonathan trekt keihard aan het touw dat rond Jamie’s nek hangt. De nukkige kameel vertikt het een poot te verzetten. Zie hem daar nu staan, zijn neusgaten wijd opengesperd, zijn kin hooghartig in de lucht. Alsof het Jonathan’s schuld is. Als er iemand deze situatie heeft gecreëerd, is het Jamie zelf. Jonathan sleurt Jamie al jaren mee door deze smalle straten. Hadden ze nu op de vlaktes van Kirgizië of Kazachstan gewoond dan was het allemaal zo erg niet geweest, maar dit is Erpe-Mere begod. De mensen staren! En ze wijzen! Jonathan is best wel wat gewend en kan het sneren van plattelandsbewoners er gerust nog wel bijnemen, maar soms gaat Jamie gewoonweg té ver. Een lelijke kameel meenemen naar het zwembad, dat kan toch helemaal niet? Wat voor indruk zou hij dan maken bij de meisjes? Bovendien is het niet hygiënisch.
 
Jonathan beseft maar al te goed dat Jamie een hersenspinsel is, een waanvoorstelling, maar dat maakt hem daarom niet minder echt. Elke dag opnieuw staat die vervloekte kameel naast zijn bed te wachten tot hij wakker wordt. In het begin probeerde hij het dier te negeren, maar een monster van bijna een ton, met twee gigantische bulten en een geur die doet denken aan verse, zongerijpte beerput laat zich nu eenmaal niet zo gemakkelijk ontkennen. Dus nu gaan ze samen op stap.
‘Hé, grote jongen,’ Jonathan klopt bemoedigend op de hals van het lompe dier, ‘wij gaan samen op stap hé? Kom jongen. Kom maar mee met ‘t baaske.’

8 november 2013
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Monstertjes

8 november 2013
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

De monstertjes komen meestal ‘s nachts. Ze zijn minstens met veertien en ze zijn heel klein. Ik denk dat ze onderling verschillende kleuren hebben, maar het is goed mogelijk dat ze gewoon van kleur veranderen. Wanneer ze komen kan ik ze altijd horen, maar het gebeurt slechts zelden dat ik ze ook kan zien. Ze verstoppen zich in de schaduwen en in de periferie van mijn gezichtsveld. Als ik ze recht probeer aan te kijken dan verdwijnen ze, snel en onzichtbaar als wind. Vaak, wanneer ik een donkere kamer van van mijn huis binnenstap, kan ik hun aanwezigheid voelen, maar zodra ik het licht aansteek vluchten ze mee met het donker dat verdreven wordt. De monstertjes verplaatsen dingen in mijn huis. Soms verdwijnen die dingen compleet, of gaan ze stuk. Ik weet dat de monstertjes dit doen enkel en alleen om mijn vrouw boos te maken. Mijn vrouw gelooft niet in monstertjes. Mijn vrouw legt de schuld van alles wat verdwijnt of verplaatst of stuk geraakt bij mij. Dit is een hoogst enerverende situatie. Het liefst van al had ik de monstertjes verjaagd, maar ik weet niet waar ze bang voor zijn. Ik heb reeds eerder geprobeerd om de monstertjes af te schudden door te verhuizen, maar ook dat heeft niet mogen baten. De monstertjes volgen me overal waar ik ga. Mocht ik weten hoe ze er uitzien dan kon ik tenminste proberen ze te vangen. Op die manier zou ik er niet alleen vanaf kunnen geraken, ik zou er vast nog munt kunnen uitslaan. Er zal toch wel een heuse markt zijn voor exclusieve monstertjes? Of ik zou ze kunnen temmen en e een circus mee beginnen. ‘Kom dat zien kom dat zien, de dolle fratsen van een monstertje of tien! Ooit de grootste angst van zelfs de sterkste mannen, nu voor uw plezier gevangen!
In ieder geval zou het me helpen om te begrijpen. Waarom hebben ze mij gekozen? Waarom maken ze het leven van mijn vrouw én dat van mij zo zuur? 
Misschien moet ik maar eens een professionele verdelger inschakelen. 
 

6 november 2013
Dimitri Troncquo
0 Reacties

Möbius

6 november 2013
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

Anoushka ziet het zitten. Een klein wit konijn met rode ogen.
‘Benny, ge moet zien! Zo lief!’ 
Benny neemt een slok van zijn pint en bromt iets onverstaanbaars. Zijn aandacht is gevestigd op iets anders. Hij bestudeert een klein metalen doosje.
‘Ik ga het proberen vangen schat.’
‘Jaja.’ Benny draait zich naar het licht om het doosje nog beter te kunnen zien. ‘Laat mij nu even gerust. Gij met uw beesten altijd.’
‘Maar Benny, hij is megaschattig!’
Met zijn vingernagels probeert Benny het deksel van het doosje los te wringen. Het deksel geeft geen millimeter mee en Benny z’n kop ziet rood van de inspanning. ‘Ge weet toch wat er in dit doosje zit?‘
Anoushka kijkt Benny vol verwachting aan. 
‘In dit doosje zit een scheurtje, Anoushka, een scheurtje in de tijd.’
‘Maar gij zeveraar.‘
Benny geeft nog een stevige ruk aan aan het deksel dat eindelijk een beetje los komt.
‘Het is echt waar schatje, en als ik het doosje open krijg dan,’
Anoushka ziet het zitten. Een klein wit konijn met rode ogen.
‘Benny, ge moet zien! Zo lief!’ 
Benny neemt een slok van zijn pint...

25 oktober 2013
Dimitri Troncquo
0 Reacties

In het park

25 oktober 2013
Dimitri Troncquo | 0 Reacties

Igor is een hond. Hij zit in het park. Hij zit statig rechtop, zijn voorpoten als rijzige pilaren waarop zijn nobele lichaam steunt. Met zijn hoofd een beetje schuin en zijn oren gedwee achterover kijkt Igor met grote hondenogen naar Evert. Zijn onderzoekende blik doet een intellect vermoeden dat uitstijgt boven dat van je gewoonlijke huis-tuin-en-keukenhond. Evert houdt een korte, knoestige stok in zijn hand. Met een krachtige zwaai lanceert hij de stok en kijkt Igor vol verwachting aan.
‘Wat een kutworp,’ bromt Igor.
‘Ga je hem niet halen dan?’ vraagt Evert en kijkt met grote teleurgestelde ogen naar de hond. Igor draait een paar maal in het rond en gaat opnieuw zitten. Hij begint verwoed aan zijn kruis te likken.
‘Gna gna gna gna.’
‘Godver, wat doe je nu?’
‘Gna gna gna gna.’
‘Je bent een stoute hond Igor, een stoute hond!’
Igor kijkt op en spitst zijn oren. Hij laat zijn tanden zien en begint zachtjes te grommen. Evert houdt zijn handen afwerend op en deinst een beetje terug, waarop Igor in lachen uitbarst en als een bezetene over de grond begint te rollen. 
‘Ha! Ik heb u! Haha. Ge moest uw gezicht zien. Schijtluis!’
Evert glimlacht flauwtjes en gaat in het gras zitten, naast Igor. Igor grinnikt een laatste keer en veegt met zijn grote hondenpoot de traantjes weg. 
‘Hebt ge een sigaret?’ vraagt de hond. Evert haalt een verfrommeld pakje Lucky Strike boven maar aarzelt.
‘Ik dacht dat je gestopt was?’
‘Meh.’